Paasvuur

Op eerste of tweede Paasdag worden in een deel van Europa paasvuren aangestoken. Hiervoor wordt, vaak weken of zelfs maanden tevoren, veel hout verzameld en op een grote bult gelegd die soms tientallen meters hoog is.

Als het duister invalt wordt het geheel aangestoken. Het spektakel trekt vaak veel toeschouwers en meestal is het een echt dorpsgebeuren.

In Nederland zijn de meeste vuren in Drenthe, Groningen, Gelderland en Overijssel. Maar ook in Friesland en Noord-Brabant komen paasvuren voor.

Het bekendste zijn de Twentse vuren gezien de grote dichtheid van de paasvuren (geringe afstand van paasvuur tot paasvuur).

Het betreft hier een oud gebruik waarvan verondersteld wordt dat het een voorchristelijke oorsprong heeft. Aan het einde van de 20e eeuw kwam het paasvuur onder druk te staan door strenge milieuvoorschriften. In de meeste plaatsen resulteerde dit in gemeentelijke bepalingen die onder andere voorschrijven dat alleen snoeihout op de paasvuurbult gelegd mag worden.

In Lonneker beginnen we omstreeks de jaarwisseling met het maken van 2000 boeskes (takkenbosjes). Op vrijdagmiddag en zaterdag voorafgaand aan eerste paasdag bouwen we de boake (paasvuurbult).

Op eerste Paasdag om 20.00 uur vertrekt muziekvereniging Excelsior vanaf het kerkplein naar de boake, aan de Vliegveldweg. Als Excelsior bij de boake is aangekomen wordt deze aangestoken.

Zie bijgaande foto’s van het aansteken van de boake.

11-1 11-2 11-3 11-4